Afbeelding
Foto:

Knappe staaltjes van bouwers Sportpark De Mors

DELDEN - De realisatie van Sportpark de Mors kende logischerwijs een lange aanloop. Nu er daadwerkelijk gebouwd wordt, rijgen de hoogtepunten zich in snel tempo aaneen. Op 12 mei diende zich letterlijk het hoogste hoogtepunt aan: in alle vroegte werden de raatliggers voor de overspanning van de sporthal geleverd. Met een lengte van 28 meter en een enorm gewicht was dit geen sinecure. Noaberschap, stuurmanskunst en geduld maakten dat het allemaal tot een goed einde kwam.

Om de overlast voor de omgeving zo klein mogelijk te houden waren de heren bouwers en transporteurs in alle vroegte begonnen met de voorbereidingen. Klokslag 06.00 uur was men reeds onderweg en rond 07.30 uur was de moeilijkste fase van het transport al geklaard, namelijk de haakse bocht van de Vossenbrinkweg naar de Sportlaan. Het transport werd - ondanks het vroege tijdstip - gadegeslagen door veel buurtgenoten en overige geïnteresseerden.

Betrokken noabers
Voor de aanwonenden van het traject kwam het transport niet als een verrassing, ze waren van tevoren per brief op de hoogte gebracht. In die brief was hen tevens verzocht om auto’s elders te parkeren en er rekening mee te houden dat de ‘staalroute’ niet beschikbaar was. Het bericht bleek niet aan dovemansoren gericht, op het tracé was geen auto te bekennen. De coöperatieve houding van de noabers maakte dat het transport zonder tegenslagen Delden kon binnenrijden, alhoewel daarna nog het nodige pas- en meetwerk nodig was om het sportpark uiteindelijk te kunnen bereiken. Toen het staal eenmaal op de plaats van bestemming was gearriveerd, was het voor de professionals van Deldense Staalbouw Twente een koud kunstje om de strekkende meters over de zijspanten te spannen en zo de stalen basisconstructie te volbrengen. Waar een paar weken geleden de betonvloer nog aan het uitharden was, zijn de contouren van de hal nu al compleet en dient zich met het hoogste punt een nieuwe fase in de bouw aan. Het volgende hoogtepunt zal slechts figuurlijk zijn.

Foto: Piet Brummer