De laatste dag van verzetsheld Theo van Loon: Deel 1

HENGELO – Deze tijd is er een van herdenken; we staan stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en zij die zich ingezet hebben voor vrede en vrijheid. Met dank aan Drs. Johan Thüss publiceren wij deze maand het uitgebreide verhaal over verzetsheld Theo van Loon. Voor u ligt het eerste deel, over de structuur van het verzet in de oorlogsjaren. Een belangrijk stuk uitleg om het bredere verhaal in context te kunnen plaatsen. Aan het einde van dit deel treft u de bronvermelding. Gemarkeerde nummers verwijzen naar de betreffende bron.

Tijdens de bezetting van Nederland (1940-1945) was er georganiseerd verzet tegen de Duitse overheersing. Tot september 1944 was het gewapend Nederlandse verzet verdeeld in drie groepen. De progressieve Raad van Verzet (RVV), de confessionele Landelijke Knokploegen (LKP) en de vooral uit oud-militairen bestaande Orderdienst (OD). Deze organisaties hadden uiteenlopende standpunten en beweegredenen. Er waren veel onderlinge spanningen tussen deze groepen. De RVV had, door haar publicaties in ‘De Waarheid’, bij de andere verzetsgroepen een ‘communistisch tintje’ gekregen en werd daardoor wantrouwig bekeken.

De Nederlandse Regering in Londen streefde naar een verenigd gewapend verzet en richtte daarom op 5 september 1944 de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) op. Door koningin Wilhelmina werd prins Bernhard tot bevelhebber benoemd. In Hengelo (o) waren meer dan 200 gewapende leden van de B.S.S.G. (Binnenlandse Strijdkrachten Strijdend Gedeelte) gerekruteerd (1). Deze waren onderverdeeld in 4 secties. De secties hadden hun eigen verzamelpunt namelijk de keet aan de vijver (2), het confectiebedrijf Hilco aan de Langelermaatweg 221 (3), bij landbouwer Hofstede op Bruinink in Driene (4) en bij de slagerij van Satink aan de Troelstrastraat 66 (5).

Omdat men op korte termijn de bevrijders verwachtte werd, drie dagen voor de bevrijding op zaterdag 31 maart 1945 door 12 leden van de B.S.S.G., onder leiding van H.A. Gerard, het hoofd van de plaatselijke BS, het Hengelose politiebureau bezet. Het politiebureau werd als hoofdkwartier ingericht. De commissaris van politie Wuijster en de toevallig aanwezige waarnemend burgemeester Groneman, beide van de foute partij, werden ingesloten. De sectiecommandant van de sectie Troelstrastraat was de heer B. Berenschot. Er werd vanuit drie woningen gewerkt. In de Mr. P. J. Troelstrastraat nummer 51 was een telefoonpost ingericht, nummer 54 was het verzamelpunt van de secties en bij nummer 66 waren de wapens opgeslagen. Als groepscommandanten fungeerden de heren Eck, Broekhuizen en Erich (6).

Op zondag 1 april, eerste paasdag, was het voor Hengelo een spannende dag. Omdat de geallieerde troepen Enschede en Beckum op deze dag hadden bevrijd, werd aangenomen dat ze door zouden stoten en vandaag ook Hengelo zouden bevrijden. Men verwachtte acties van de BS’ers in Hengelo. De leden van de Binnenlandse Strijdkrachten kregen het bevel om zich ‘s morgens om negen uur te melden en de wapens mee te brengen (7). Men wachtte in spanning af wat er ging gebeuren...

Bronvermelding
(1) Vree van, J.P., Hengelo in oorlogstijd, 172.
(2) Smitshoek, I., Tuindorp en de NBS-NSG tijdens de bewogen dagen van paschen 1945 (Museum Hengelo). ‘Terwijl van hotel Lansink al de driekleur wapperde, werd er op de hoek van de vijver nog druk geschoten op de badinrichting waar zich leden van de NBS-NSG hadden verschanst. Het posthuis voor het niet-strijden gedeelte van de NBS was gevestigd in de woning C.T. Storkstraat 51’.
(3) Delpher, Twentsche Nieuwsblad d.d. 24-11-1944, pag. 2.
(4) Waarschijnlijk wordt hiermee de kruidenierszaak van Hofstede op Bruinink, op de hoek van de Oude Postweg (101) met de Kortmansweg bedoeld. Vanuit spreidingsoogpunt van de secties over Hengelo lijkt mij dit een logische zaak.
(5) Vree van, J .P. 172.
(6) Meijerink, M., Hengelo 1944-1945, 98.
(7) Vree de, 173.

Meer berichten
 
Auto zoeker